Brusselse uitdrukkingen die je moet kennen voordat je de stad bezoekt

Een Brussels woord kan je overal in de stad verrassen, op een caféterras of halverwege een maaltijd. “Amai,” roept een verraste klant, “fieu,” antwoordt een ober op dezelfde toon, en de bezoeker die net is aangekomen vraagt zich af naar welke taal het gesprek plots is overgeschakeld. Brussel koestert al eeuwenlang zijn eigen mengeling van Vlaams en Frans, van generatie op generatie doorgegeven in cafés en volkse keukens. Twaalf woorden en uitdrukkingen volstaan om er wegwijs in te raken, en om de identiteit van de stad die je gaat ontdekken wat beter te begrijpen. Zo kom je met een goed geoefend oor aan op de Grote Markt.

Waar komt het Brussels vandaan?

Voordat het Frans het openbare leven ging domineren, sprak de Brusselse bevolking vooral Brabants, een Germaans dialect nauw verwant aan het Nederlands en daterend uit de middeleeuwen. Het Frans bleef dan weer lang voorbehouden aan de adel en een deel van de burgerij. Alles kantelde met de Franse annexatie van onze gewesten, van 1795 tot 1814, en daarna met de Belgische onafhankelijkheid in 1830, toen het Frans de enige officiële taal van het nieuwe koninkrijk werd. De Brusselse arbeidersgezinnen, die thuis nog Brabants spraken, leerden zo Frans op straat, op het werk en op school.

Uit die versmelting ontstonden, in de loop van de negentiende eeuw, verschillende taalvarianten die we vandaag samen het Brussels of brusseleir noemen, van het Brussels Vlaams, dat dicht bij het Nederlands blijft, tot het beulemans, een Frans doorspekt met Vlaamse wendingen en woordenschat. De woorden en uitdrukkingen hieronder horen vooral bij die laatste familie, degene die je vandaag het vaakst hoort in de straten en cafés van de stad. De grammaticale structuur blijft Vlaams, terwijl er overvloedig Frans vocabulaire insluipt, soms met een heel eigen uitgang, zoals in “autoriseire” voor “autoriser.” Het verschilt zelfs van wijk tot wijk, wat verklaart waarom tien Brusselaars je soms tien verschillende definities van hetzelfde woord geven.

Twaalf woorden en uitdrukkingen om Brussel te begrijpen

Sommige van deze woorden hebben een echte plaats veroverd in het dagelijkse Frans, zo erg zelfs dat veel Brusselaars ze gebruiken zonder te beseffen dat het Brussels is. Andere blijven meer voorbehouden aan stamgasten van volkscafés of aan familie en vrienden onderling. Hier een selectie van de levendigste, die je een echte kans hebt om te horen tijdens je verblijf in Brussel.

Zinneke

Zinneke betekende oorspronkelijk een bastaardhondje, zonder specifiek ras. De meest gangbare verklaring herleidt het woord tot Zenne, de naam van de rivier die vroeger door de stad liep en toevluchtsoord was voor de vele zwerfhonden die er gedumpt werden. Met de tijd verschoof de betekenis van hond naar mens, tot het de naam werd waarmee Brusselaars zichzelf trots aanduiden, als knipoog naar de mix van culturen die de stad kenmerkt. De Zinneke Parade, een grote stoet die om de twee jaar door het centrum trekt, viert precies die diversiteit.

Een Brusselaar vertelt je met trots “moi, je suis zinneke, mes parents viennent de deux pays différents.” Het woord wordt ook gewoon voor een hond gebruikt, zoals in “impossible de dire de quelle race vient ce petit zinneke qui traîne autour du marché aux puces.”

Ket en ketje

Ket en ketje betekenen in het Brussels hetzelfde als elders in Vlaanderen, een joch, een jonge kerel, met ketje als het aanhalige verkleinwoord. Het Brusselse ketje is wel uitgegroeid tot een heuse volksfiguur, de belichaming van de brutale maar goedlachse Brusselse straatjongen, en wordt ook liefdevol gebruikt voor wie in de hoofdstad geboren en getogen is.

Op straat roept een marktkramer een jonge voorbijganger weleens toe met “eh, ket, viens voir un peu ici !” Van iemand die in de hoofdstad geboren en getogen is, zegt men ook “un ketje de Bruxelles.”

Dikkenek

Dikkenek is letterlijk gewoon “dikke nek,” en wordt gebruikt voor een opschepper, iemand die zich groter voordoet dan hij is. Het woord wordt in het Frans van Brussel nog volop gebruikt, meestal als vriendschappelijke plaagstoot, om een vriend die wat te hoog van de toren blaast terug met beide voeten op de grond te zetten.

Als een vriend te veel opschept over zijn nieuwe wagen, hoor je al snel “arrête un peu de faire ton dikkenek, ici hein !”

Fieu

Fieu komt niet uit het Vlaams maar uit het Picardisch en het Waals, en wordt gebruikt om een man of jongen aan te spreken, ongeveer zoals “makker” in het Nederlands, doorgaans op een vriendschappelijke toon. Je hoort het op elk moment van de dag, midden in een zin of gewoon als los tussenwerpsel.

“Là, fieu, t’exagères un peu hein” hoor je vaak aan de toog. Een ober roept evengoed “fieu, quelle file devant la friterie aujourd’hui !”

Tof

Tof is doodgewoon Nederlands, en blijft ook in het Brussels Frans een van de meest gebruikte Vlaamse leenwoorden, voor een persoon net zo goed als voor een toffe avond.

“C’était vraiment tof, cette soirée entre amis” vat de ingetogen Brusselse geestdrift mooi samen. Het woord dient ook als lichte bevestiging, zoals in “tof, à tout de suite.”

Drache

Drache is een van de weinige woorden op deze lijst die niet rechtstreeks uit het hedendaagse Nederlands komt. Het woord raakte via het Waals in het Brussels Frans, met een verre oorsprong in het verouderde Vlaamse werkwoord draschen, stevig regenen. Het betekent een plotse, hevige stortbui, een klassieker aan de Brusselse hemel. Aan de toog krijgt het woord een tweede leven, “remettre une drache” betekent daar gewoon een nieuwe ronde bestellen.

Vlak voor je naar buiten gaat, waarschuwt men je met “il va encore dracher cet après-midi,” reken maar op een nieuwe stortbui. Aan de toog hoor je ook weleens “Nicole, remets un peu une drache ici,” waarmee iemand gewoon om een nieuwe ronde vraagt.

Amai

Amai is natuurlijk gewoon ons eigen Vlaams uitroepteken, dat via het Brussels ook in de Franstalige volksmond is beland. Het drukt verrassing, bewondering of soms lichte ergernis uit, en klinkt in Brusselse gesprekken vaker dan waar ook.

“Amai, quelle drache aujourd’hui !” roept men uit bij het buiten stappen in de regen. Het woord werkt evengoed voor een koopje, zoals in “amai, à ce prix-là j’en prends trois.”

Clette

Clette, ook gespeld als klette, duidt iemand aan die onbekwaam of onhandig is, gezegd met geamuseerde ergernis eerder dan als echte belediging. Het woord komt van het Nederlandse “klets,” een klap of een mep, al gebruikt het Brussels Frans het op een manier die in het Nederlands zelf niet echt bestaat, als zelfstandig naamwoord voor een persoon. Je hoort het evengoed in Brussel als elders in Franstalig België, altijd in de omgangstaal.

“Quelle clette, ce type, il a encore raté son rendez-vous chez le docteur” hoor je zomaar in een gesprek vallen. Het woord blijft grammaticaal vrouwelijk, ongeacht het geslacht van wie ermee bedoeld wordt, zoals in “ne sois pas une clette, tiens ta promesse hein.”

Non peut-être

“Non peut-être,” letterlijk “nee misschien,” vat de Brusselse humor perfect samen, want de uitdrukking betekent… natuurlijk wel. Op een voorstel antwoorden met “non peut-être” is het enthousiast aanvaarden ervan, tot grote verwarring van Franse bezoekers die het de eerste keer voor onmogelijk houden.

“Tu viens boire un verre ce soir ?” “Non peut-être !” Die korte woordenwisseling, typisch op een terras, toont goed hoe verwarrend de uitdrukking kan zijn voor wie ze niet kent.

Godverdoeme

Godverdoeme is natuurlijk gewoon ons eigen godverdomme, hier overgenomen door het Brussels Frans en spellingtechnisch een beetje verfranst. Je komt ook de vormen godferdeke tegen, of voor gevoelige oren de mildere nom de doume. Het blijft een van de best herkenbare krachttermen van het dialect, zelfs voor wie geen woord Brussels spreekt.

“Godverdoeme, j’ai encore raté mon tram !” hoor je wanneer de dag slecht begint, onder vrienden eerder dan in het openbaar.

Nonante

Nonante betekent negentig. Dat is een bijzonderheid van het Frans in België en Zwitserland; in Vlaanderen en Nederland zegt men gewoon negentig. Voor Fransen uit Frankrijk zelf is het wel altijd weer een verrassing, gewend als ze zijn aan hun veel omslachtigere “quatre-vingt-dix,” letterlijk “vier twintig tien.”

“Ça fait nonante euros, madame” hoor je aan de kassa, waar iemand uit Frankrijk quatre-vingt-dix zou zeggen.

Stoemp

Stoemp is doodgewoon ons stoemp, een stamppot van aardappelen met groenten, meestal geserveerd met worst of spek. Dit troostvoedsel is een klassieker van de Brusselse volkskeuken, naast andere specialiteiten die je vindt in ons artikel over de Belgische specialiteiten die je zeker moet proeven tijdens je bezoek aan Brussel.

“On se fait un stoemp saucisses ce soir ?” is een vraag die ’s winters vaak terugkeert in Brusselse huishoudens.

Heeft het Brussels nog een toekomst?

Het is een duidelijk verhaal. De overdracht van deze taalvarianten binnen gezinnen is de voorbije decennia sterk verzwakt in het kosmopolitische Brussel van vandaag, ook al bestaat er geen officiële telling om dat precies te meten. Regelmatige sprekers vind je vandaag vooral, maar niet uitsluitend, onder oudere bewoners van enkele historische wijken.

Toch verdwijnen deze taalvarianten niet zomaar. Ze staan al enkele jaren op de inventaris van het immaterieel cultureel erfgoed van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, een erkenning die de overdracht ervan aanmoedigt. Lessen, toneelstukken in dialect en volksevenementen zoals de Zinneke Parade geven nieuwe generaties de kans om een band te houden met dit taalkundig erfgoed, ook zonder het vlot te spreken. Het Brussels overleeft zo minder als een alledaagse taal dan als een culturele knipoog, een herinnering aan waar de stad vandaan komt.

Besluit

De volgende keer dat een Brussels woord opduikt in een gesprek op café of halverwege een maaltijd, weet je eindelijk waar het over gaat. Deze twaalf woorden en uitdrukkingen zijn maar een voorproefje van een veel ruimere woordenschat, maar ze volstaan ruimschoots om de geest te vatten van een stad die graag met zichzelf lacht en moeiteloos talen door elkaar mengt.

Bij ons, op de Grote Markt, houden we dat erfgoed op onze eigen manier levend, ergens tussen een goed bier en een bord stoemp. Zo voeg je de daad bij het woord, une fois.

Veelgestelde vragen

Is het Brussels een officiële taal?
Nee, enkel het Frans en het Nederlands hebben een officiële status in Brussel. Het Brussels blijft een volkstaal, maar staat wel op de inventaris van het immaterieel cultureel erfgoed van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wat voor echte culturele erkenning zorgt.
Wat is het verschil tussen Brussels en Marols?
Marols is eigenlijk een van de varianten binnen het Brussels, degene die van oudsher in de volkswijk de Marollen gesproken werd. De term wordt vaak, ten onrechte, gebruikt als synoniem voor al die taalvarianten samen.
Is een zinneke altijd een hond?
Het woord behoudt zijn oorspronkelijke betekenis van bastaardhondje, zonder specifiek ras. Maar al enkele decennia lang wordt het vooral trots gebruikt om Brusselaars zelf te omschrijven, met hun uiteenlopende achtergronden.
Waar hoor je vandaag nog Brussels spreken?
Vooral bij oudere bewoners van enkele historische wijken, tijdens toneelvoorstellingen in dialect, of op culturele evenementen zoals de Zinneke Parade. Enkele lokale verenigingen bieden ook lessen aan om dit erfgoed door te geven aan jongere generaties.

Plaats een reactie

Reserveren een tafel Recepties & Groepen

Houd er rekening mee dat uw tafel tot 30 minuten na de gereserveerde tijd voor u beschikbaar blijft. Daarna kunnen wij de beschikbaarheid helaas niet meer garanderen, tenzij u ons vóór het verstrijken van dit halfuur op de hoogte stelt van uw vertraging. Bedankt voor uw begrip.

Lijst van allergenen

Gluten

1 : Gluten

Schaaldieren

2 : Schaaldieren

Eieren

3 : Eieren

Vis

4 : Vis

Pinda's

5 : Pinda's

Soja

6 : Soja

Melk

7 : Melk

Noten

8 : Noten

Selderij

9 : Selderij

Mosterd

10 : Mosterd

Sesam

11 : Sesam

Sulfieten

12 : Sulfieten

Lupine

13 : Lupine

Weekdieren

14 : Weekdieren

P : Bevat varkensvlees

P : Bevat varkensvlees

Halal

Halal